Nouvelles d'Armenie    
"Armeense genocide / Wat een schamel debat over genocide (opinie)" door Ton Zwaan


Het debat over de Armeense genocide is door politiek opportunisme gesmoord. Ook premier Balkenende en minister Bot hullen zich in stilzwijgen.

Op initiatief van CU-fractieleider Rouvoet is in december 2004 met algemene stemmen een motie aangenomen waarin het kabinet gevraagd werd in de dialoog met Turkije ’voortdurend en nadrukkelijk de erkenning van de Armeense genocide aan de orde te stellen’. De regering ’verwelkomde’ de motie en een woordvoerder zei desgevraagd dat die neerkwam op een de facto erkenning van de Armeense genocide.

Anderhalf jaar later kwamen de politieke partijen met lijsten van kandidaat-kamerleden. Door eigen onoplettendheid nomineerden CDA en PvdA enkele mensen die in het verleden publiekelijk en bij herhaling de geno-cide in soms zeer grove bewoordingen hadden ontkend. Nu was er dus een probleem : konden deze kandidaten geacht worden namens hun partij de aangenomen motie te steunen ? Nee, oordeelde het CDA-partijbestuur, en voerde twee kandidaten van de lijst af. Ook het PvdA-bestuur schrapte één kandidaat. Terecht, mijns inziens : genocide-ontkenners horen niet thuis in het Nederlandse parlement. Maar daarmee was de kous niet af.

Waarschijnlijk met de bedoeling PvdA-stemmers van Turkse herkomst binnenboord te houden, gaf de nummer twee van de PvdA-lijst, Nebahat Albayrak, een interview over de ’Armeense kwestie’ (Trouw, 26 september). Dat getuigde van onwetendheid en hier en daar van een bedenkelijke interpretatie van de gebeurtenissen van 1915/1916, die nauw aansloot bij de ontkenningspolitiek van de Turkse staat. Daarna nam het politiek opportunisme een hoge vlucht. PvdA-Europa-woordvoerder Timmermans zette in een wolk van woorden uiteen dat we enerzijds, ja, te maken hebben met een genocide, maar anderzijds, nee, ook weer niet (Trouw, 4 oktober). ’Westerse én sommige Turkse historici’ zijn het eens ’dat een genocide plaatsvond’.

Maar ’om ’officieel’ als genocide te worden aangemerkt, moet bewezen worden dat de volkerenmoord doelbewust is opgezet en uitgevoerd (...) Dat bewijs is formeel nooit geleverd in de Armeense kwestie’. Dit klinkt gewichtig en juridisch zorgvuldig, maar het is onzin. Er is wereldwijd geen enkele instantie belast met ’officiële’ registratie van genociden, noch bestaat er enig lichaam dat zich bezighoudt met het ’volkenrechtelijk’ en ’formeel bewijzen’ van genociden. Wel heeft 5 juli 1919 een Turks militair tribunaal in Istanbul de voornaamste verantwoordelijken bij verstek ter dood veroordeeld, onder meer wegens de volgens ’een centraal plan georganiseerde massamoord op de Armeniërs’, waarbij ’noch sprake was van een militaire noodzaak’, ’noch van een gerechtvaardigde bestraffing’. Kennelijk achtte dat Turkse gerechtshof dat destijds dus in elk geval wel bewezen.

Ook andere PvdA-coryfeeën rukten uit om de kool en de geit te sparen. Jurgens meldde dat genocide-ontkenning onder ’de vrijheid van meningsuiting’ viel ; Ritzen meende dat Armeense organisaties die erkenning zochten ’zichzelf in de voet schoten’ ; Van Thijn vreesde dat ’de zaak escaleerde’ en drong aan op ’meer onderzoek’. Allen gingen daarbij voorbij aan het vele onderzoek dat al gedaan is en dat ontkenning simpelweg uitsluit.

De vlucht naar voren werd ingezet door fractieleider Pechtold van D66. Hij ’vertikte’ het om D66-kandidaten te vragen naar hun standpunt over de motie. We moesten ’niet discrimineren’ en vooral niet in ’wij-zij denken’ vervallen. Nee, nogal wiedes - maar daar ging de discussie helemaal niet over. Die ging over de vraag of genocide-ontkenners kandidaat-kamerleden kunnen zijn. Dezelfde weg sloeg Femke Halsema in, ze ’had moeite met de manier waarop Albayrak onder de loep’ werd genomen. Een politica zegt rare dingen in een interview, daar komt kritisch commentaar op, en een andere politica vindt dat dan zielig. Die ’zieligheidsreflex’ - altijd prijs in de Nederlandse politiek - bleek nu ook Albayrak goed van pas te komen. Onlangs liet zij weten dat zij ’het op wil nemen’ voor Turkse Nederlanders die weigeren de Armeense genocide te erkennen, dat haar handtekening onder de genocide-motie ’niet veel’ betekent, en dat Balkenende en Bot ’de genocide nooit hebben erkend’. Horen we nog iets van het PvdA-bestuur en wat vinden de heren Bot en Balkenende, of blijft men zich hullen in stilzwijgen ?

Al met al dus een vrij schamele vertoning. In plaats van een heldere politieke en morele positie in te nemen over één van de grootste menselijke catastrofes van de 20ste eeuw, zijn de betrokken politici bij het eerste zuchtje tegenwind gaan draaien. In plaats van die studenten met die dichtgeplakte monden te vragen een paar boeken uit de bibliotheek te halen om hun kennis uit te breiden, wordt ’begrip’ geuit voor hun schaamteloze actie. En met pseudopolitieke correctheid wordt getracht het debat te smoren.

Maar de discussie is nog niet voorbij. Na de verkiezingen zal het wetsvoorstel inzake genocide-ontkenning worden ingediend. Daarom tot slot een vraag om vast over na te denken : vindt u dat genocide-ontkenning onder de vrijheid van meningsuiting valt ? Zo ja, waarom ; zo nee, waarom niet ? Het woord is, gelukkig, aan ons allemaal.

Dr. Ton Zwaan is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en werkte eerder bij het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies.

vendredi 17 novembre 2006,
Stéphane ©armenews.com

D´autres informations disponibles : trouw.nl


CET ARTICLE VOUS A PLU ?  POUR AIDER LE SITE A VIVRE...
Envoyer l'article à un ami
Destinataire  :
(entrez l'email du destinataire)

De la part de 
(entrez votre nom)

(entrez votre email)

    
     Imprimer l'article